Hun namen glanzen in het zonlicht

Meijer van Kreveld en Mozes Levie Aardewerk. Van wie zijn deze namen? Van de mensen in mijn straat, 2 en 5 huizen verderop. Buren dus. Maar wel van een tijdje geleden, 78 jaar om precies te zijn.

De struikelsteentjes voor de huizen die deze mannen van 38 en 47 jaar oud bewoonden – waar zij liefhadden, ruzieden, kookten, lachten, huilden, hun gasten uitzwaaiden en misschien wel hun kindjes in bed legden en over de haartjes aaiden – herinneren aan hun bestaan.

Op een dag in 1942 en 1943 werden zij ergens opgehaald, misschien wel bij deze huizen, in deze straat, in deze buurt. Zij werden weggevoerd, om nooit meer huiswaarts te keren. Deze jonge buurmannen werden beiden vermoord in Auschwitz.

1942 en 1943 zijn ook de jaren waarin mijn vader en moeder zijn geboren. Dat brengt mij bij vandaag. Eén jaar en een paar dagen geleden werden wij eigenaar van dit huis. We verbouwden het van top tot teen, we sloopten en bouwden op. Tijdens al dat gesloop vond ik een klein kinderboekje. Dat was blijkbaar ooit door een kier achter de kast gevallen. Nu kwam het tevoorschijn. En werd de geschiedenis van een jong gezin even tastbaar.

Ook onze buren vonden spullen van eerdere bewoners in hun huis, tijdens hun verbouwing. Die waren niet zo zoetsappig als mijn vondst. Sterker nog: ze leverden heel wat vraagtekens op. Over het SS-uniform bijvoorbeeld. En over de stapel verzetskrantjes die onder de vloer lag.

Vele verhalen
Onze huizen herbergen vele verhalen van voorbije geschiedenis. Verhalen die we niet kennen. Wij kunnen slechts gissen naar wat zich heeft afgespeeld. Welke taferelen zagen, voelden en beroerden de bewoners van dit huis? Zagen zij hun buurmannen weggevoerd worden bijvoorbeeld? En, zo ja, hoe stapten zij die avond in hun bed?

Mijn Friese grootouders herbergden onderduikers gedurende de oorlog. Een Joodse juwelier en zijn vrouw uit Amsterdam, een koppel dat familie van hen was en nog een 10-jarig jongetje alleen. Om te voorkomen dat ze verraden werden, werd iedereen op tijd elders ondergebracht. De stellen overleefden de oorlog. En het jongetje hebben we teruggevonden. Hij is oud geworden. Helaas hebben we hem nooit ontmoet, we vonden zijn spoor net te laat terug.

Buren
Wij hebben aardige buren. We kennen ze nog niet heel goed, maar goed genoeg om samen plantjes te planten en wijntjes te drinken in de zonnige voortuin. Het brengt me naar een knagende vraag. Had ik mijn buren ruim 70 jaar geleden geholpen? Of andere mensen, van een ander geloof, met andere gebruiken? Belangeloos? Mijn eigen angst negerend?

Ik heb een diep geworteld rechtvaardigheidsgevoel en ben een opstandig type. Maar ik kan alleen maar hopen dat ik hen geholpen zou hebben, dat ik iets zou hebben gedáán.

Zonlicht
De steentjes van Mozes en Meijer, ze glanzen in het zonlicht. Ik zie ze vaak en denk aan ze. Net als aan meer mensen die de oorlog niet overleefden of erdoor geharnast zijn. Zo ook vandaag, op 4 mei. Dan denk ik aan hen die hun eigen straat en hun eigen voordeur nooit meer terugzagen. En koester ik onze en mijn vrijheid.